Drugsbeleid als zichzelf waarmakende voorspelling

Geert-de-VrieswebIn de jaren ’60 worstelde Nederland met het gebruik van marihuana, hasjiesj, LSD en andere psychotrope stoffen door jongeren. Het gebruik nam toe, er stonden strenge straffen op en de politie rekende menig jongmens in. Het bezorgde de politie en officieren van justitie handenvol werk. De gearresteerden bleken vaak vriendelijke jongens en meisjes uit keurige milieus. En wat deden ze eigenlijk voor kwaad? Een commissie onder leiding van de criminoloog Loek Hulsman boog zich over het probleem. De commissie adviseerde om het gebruik van milde, farmacologisch gezien vrij ongevaarlijke drugs als hasjiesj en marihuana toe te staan in plaats van te bestraffen. En zo heeft de regering-Den Uyl het in 1976 ook gedaan, in de vorm van gedoogbeleid. Het Nederlandse drugsbeleid is dus al bijna 40 jaar lang gebaseerd op het inzicht dat je jonge mensen beter niet tot gevaarlijke drugsgebruikers kunt bombarderen. ‘Deviant gedrag is gedrag dat mensen als deviant benoemen,’ had Howard S. Becker in 1963 geschreven (Outsiders: Studies in the sociology of deviance). De verrassende consequentie daarvan was dat je deviant gedrag kon voorkómen door het juist niet te etiketteren. Dat had Hulsman goed begrepen.

Howard Becker stond zelf weer op de schouders van iemand anders. ‘Als mensen situaties als werkelijk definiëren, dan zijn die situaties werkelijk in hun consequenties’ – zo had William I. Thomas al in 1928 geschreven (W.I. Thomas & D. Thomas, The child in America: Behavior problems and programs). De formulering staat bekend als het Thomastheorema en ook als de Grondwet van de Sociologie. Het sociologisch inzicht zit in de toevoeging ‘in hun consequenties’. Situaties worden niet zozeer werkelijk doordat mensen denken dat ze werkelijk zijn – dan zou het blijven bij fantasie, bij magisch denken – maar doordat ze ernaar handelen. Al doende scheppen mensen hun werkelijkheid.

De werking van het Thomastheorema kun je goed zien aan rituelen. Een stille omgang met brandende kaarsen brengt een gevoel de saamhorigheid teweeg tussen duizenden mensen en schept in real time de gemeenschap waartoe zij denken te behoren. Een korte handdruk tussen twee mensen doet hetzelfde.

De menselijke werkelijkheid kan ook stoffelijke en duurzame vormen aannemen, bijvoorbeeld in de vorm van een hunebed, een kathedraal of een kantoorgebouw. Als zo’n bouwwerk er eenmaal staat nodigt het jonge mensen uit om zich net zo te gedragen als hun ouders die het hebben gebouwd. Generatie op generatie voltrekken zich de begrafenissen, pelgrimages en klerkenlevens, soms wel duizenden jaren. Pas wanneer mensen vergeten waartoe een bouwwerk is opgericht en waartoe het ook weer diende, wordt het een steenklomp. Die wordt afgebroken, hij krijgt een andere functie – een kerk wordt bioscoop – of hij zakt langzaam weg in het zand. Misschien wordt hij ooit, nog weer duizenden jaren later, opgegraven door verbaasde archeologen. Die hebben dan moeite om de sociale werkelijkheid te achterhalen waarvan de steenklomp een consequentie was.

Samenleven is dus niet mogelijk zonder het mechanisme van de zichzelf waarmakende voorspelling. Vaak herkennen we het pas in uitzonderlijke situaties. Een beurskrach is het geijkte voorbeeld. Mensen zijn bang dat de aandelenkoersen zullen dalen, ze verkopen hun aandelen en brengen daardoor zelf de daling teweeg die ze zozeer vrezen. Maar vóór de beurskrach was de zichzelf waarmakende voorspelling ook werkzaam: economische voorspoed is immers mede het gevolg van vertrouwen in de economie.

Elk mens staat voortdurend bloot aan verwachtingen van andere mensen. De sociale structuur, dat zijn de anderen. Wie als meisje wordt opgevoed zal zich als meisje gaan gedragen en zich een meisje gaan voelen. Dat is de zichzelf waarmakende voorspelling van de genderrol en de genderidentiteit. De meeste meisjes (en jongens) voelen zich daar wel bij. Wie echter voortdurend geholpen en betutteld wordt kan het gevoel krijgen geen macht over het eigen leven te hebben. Die kan learned helplessness ontwikkelen en op den duur in een depressie geraken. Zo’n paradox van de hulpverlening doet zich ook voor wanneer overontwikkelde landen jaar in, jaar uit hulp verstrekken aan onderontwikkelde landen. De hulpbehoevendheid wordt keer op keer bevestigd; op den duur verwacht niemand meer iets anders.

Het mechanisme van de zichzelf waarmakende voorspelling kan ook bewust ten goede worden aangewend. Het Nederlandse drugsbeleid is, met dank aan Thomas, Becker en Hulsman, gebouwd op de voorspelling dat wanneer je jongeren als volwassen en verantwoordelijke mensen behandelt, zij zich zo zullen gedragen. Die voorspelling heeft zichzelf waargemaakt. Nederlandse jongerenen gebruiken minder drugs en gaan er verstandiger mee om dan jongeren in de Verenigde Staten. Het is te hopen dat Nederlandse politici ook verstandig zullen zijn – door deze situatie zo te laten.

Dit stuk is een bekorte versie van een artikel geschreven voor de zgn. Gammacanon (de Volkskrant, 14 augustus 2010 en De Gammacanon, 2011).

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s