Crisis brengt meer dan misère. De Alternatieve Troonrede van Halleh Ghorashi

Halleh.jpg.315x315_q95

Dit is de alternatieve troonrede die Ghorashi 19 september in Lux Nijmegen hield.

De meeste berichten in de media en in de samenleving over de crisis zijn negatief. Het voelt alsof er geen uitweg is en dat de toekomst er somber uit ziet. Toch heeft de crisis ook een andere kant. Want er kan geen vernieuwing tot stand komen voordat de oude patronen ter discussie zijn gesteld. En dat gebeurt zelden wanneer deze patronen als werkbaar beschouwd worden. Crisis is een waarschuwing die ons dwingt om een pas op de plaats te maken. Dus laten we even pauzeren en onszelf de vraag stellen: wat voor een wereld zijn we geworden?

Als we globaal de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw voor de geest halen, dan zien we dat in die jaren zaken als sociale rechtvaardigheid en verbondenheid prominent aanwezig waren. Vele sociale bewegingen in Europa en revoluties in de rest van de wereld werden de iconen van die jaren, toen we jongeren idealisme voor een meer rechtvaardige en solidaire wereld overbrachten. Met de teloorgang van deze revoluties en het afbrokkelen van het socialistische front heeft het geloof in dat idealisme zijn kracht verloren. Vanaf het begin van de jaren negentig lijkt het alsof de wereld stilzwijgend is overeengekomen dat die oude idealen louter getuigen van een hoopvolle boodschap zonder bodem; het zijn idealen die ver van realiteit van alledag staan.

Deze overtuiging vormde sluipenderwijs een stevig fundament voor de neoliberale ideologie om haar vleugels te kunnen uitslaan. Sindsdien zien we een onbegrensde en gelegitimeerde – want zonder sterke tegenstand – expansie van deze ideologie van de vrije markt en het individu met onbeperkte vrijheid. De huidige crisis kunnen we op zijn minst zien als een gevolg van de onbegrensdheid van deze expansie. Tegelijkertijd is ze ook een signaal dat deze onbeperkte vrijheid als basisgedachte ter discussie wordt gesteld. Kenmerkend voor de ontwikkelingen van de afgelopen jaren is het losgeslagen individualisme, waarin relationele en sociale banden naar de marge zijn gedrukt. Deze crisis is een aanleiding om juist deze in de verdrukking geraakte relationaliteit weer onder aandacht te brengen.

Het onbegrensde vooruitgangsideaal en de daarop gebaseerde gerichtheid op winst kent zijn grondslag in de principes van het modernisme. Al vanaf het begin van de vorige eeuw zijn er filosofische discussies geweest over de veranderende positie van de mens tot de wereld. Kenmerkend voor het modernisme is de geloofde overwinning van het individu op ooit ontembaar gedachte natuurkrachten. De groei van wetenschap betekende meer grip ofwel meer controle op de onberekenbare kracht van de natuur. Modernisme betekende dus dat de mens zich enigszins boven de natuur kon plaatsen en deze kon beheersen. De mens werd verheven tot het centrum van de macht en de bovennatuurlijke machten werden steeds minder nodig, getuige de beroemde uitspraak van Nietzsche dat God dood is. God is dood in de harten van het moderne individu door rationalisme en wetenschap, beweerde Nietzsche. Zijn uitspraak vertolkt de centrale positie die de moderne mens zichzelf toekende in relatie tot zijn omgeving. Vooruitgang en beheersing werden de motto’s. Behalve op de relatie tot de natuur hadden deze ontwikkelingen ook gevolgen op intermenselijke relaties. In deze beginfase van moderniteit was de mens vooral bezig zich te bevrijden van collectieve krachten (zoals familie, traditie en religie) die zijn autonomie ondermijnden. Het denkvermogen van de mens
werd de grondslag om zijn toegeëigende rol als beheerder en beheerser van de wereld te bevestigen.

In diverse wetenschappelijke discussies van de vorige eeuw zijn niet alleen deze contouren van het modernisme geschetst, maar is ook veel kritiek geuit op de eenzijdige nadruk op rationaliteit en vooruitgangsideaal. Diverse historische gebeurtenissen hebben laten zien dat de mens niet zo rationeel is als gedacht – waarbij vaak de Tweede Wereldoorlog als voorbeeld wordt genoemd – en ook niet zo machtig als gehoopt in de controle van de natuur, denk aan de groeiende milieuproblemen. Sommige theoretici uitten grondige kritiek op de overtuiging van absolute heerschappij van de mens over de wereld door te wijzen op de menselijke beperkingen die in de overheersingdrang vergeten worden. Wie deze beperkingen onderkent, moet onder ogen zien, zo stelt Foucault, dat de mens niet alleen afhankelijk is van natuurlijke krachten, maar daar zelf deel van uitmaakt. Daarom beweert Foucault dat de mens dood is: het absolute geloof in rationaliteit en het beheersbaarheidideaal is niet langer houdbaar. De mens wordt eerder verrast door de onbedoelde gevolgen van zijn eigen daden dan dat hij deze kan voorspellen en sturen.

Door de huidige crisis zijn dit helaas niet meer louter abstracte gedachtes van een aantal denkers, maar worden ze onderdeel van de beleving van alledag. De crisis toont meer dan ooit de schadelijke kant van extreme vormen van vrijemarktdenken (de beste verkoper wint) en individualisme (winst maken ten koste van alles). De onvermoeibare uitbuitingskracht van een doorgeslagen financieel systeem raakt de meesten in hun dagelijkse leven. We kunnen hier niet volstaan met het aanwijzen van de schuldige partijen, maar zouden we moeten kijken naar de bredere context. De crisis geeft ons het momentum om deze extreme voorbeelden in een brede context te plaatsen van wat belangrijke sociologen van onze tijd, Beck, Bauman en Giddens, het extreem individualisme noemen.

Het individu staat er alleen voor

In zijn boek Liquid Modernity (2000) beschrijft Bauman onze laatmoderne tijd als een tijd waarin individuele belangen allesbepalend zijn geworden. De individuele strijd voor autonomie en de bevrijding van natuurlijke macht en collectieve invloeden is zover doorgevoerd dat de balans met het gemeenschappelijke verstoord is. Gemeenschappelijke en publieke issues worden daarom vaak gereduceerd tot individuele incidenten. Hierdoor bewaken burgers bovenal hun eigen grenzen en rechten, zelfs als dit ten koste gaat van die van anderen. Dit is precies waar Tocqueville ons voor waarschuwt: “Selfishness or extreme individualism would dry up the sources of public virtues” (Tocqueville in Bauman 2000: 213).

Het oude besef dat een gemeenschap meer is dan de som der delen, lijkt passé; de gemeenschap is louter de som der delen geworden, schrijft Bauman (2000). De groei van egoïsme (met nadruk op eigen ruimte, eigen rechten, eigen portemonnee) heeft de relationele kant die het fundament van elke gemeenschap vormt, zodanig gemarginaliseerd dat mensen hun eigen belang niet meer kunnen relateren aan de grotere verbanden waar ze onderdeel van zijn. Dit is de belangrijkste voedingsbodem geweest voor de extreme vleugels van het neoliberalisme die zich afgelopen jaren met de stille goedkeuring van de meerderheid in de volle breedte hebben kunnen ontwikkelen. Het verlies van relationele vermogens heeft nog een andere consequentie: individuen kunnen ook niet meer rekenen op de gemeenschap als ze haar nodig hebben. De prijs voor de heersende gedachte dat de individuen absoluut vrij zijn in hun keuzes, is dat het individu ook eindverantwoordelijk is voor de eigen daden. Met als gevolg dat oude zekerheden of sociale vangnetten niet meer voldoen, waardoor de sociale onzekerheid groeit.

Een andere, voor deze era net zo bepalende ontwikkeling is dat de huidige samenlevingen meer dan ooit een mozaïek zijn geworden van mensen met uiteenlopende culturele achtergronden. De antropoloog Steven Vertovec spreekt van een toestand van ‘superdiversiteit’. Deze toestand is minder geordend en tastbaar dan die in de vorige eeuw. Beide ontwikkelingen, extreem individualisme en superdiversiteit, versterken elkaar, met als gevolg groeiende onzekerheid en onbehagen. Zonder twijfel hebben de aanslagen van 11 september 2001 bestaande negatieve gevoelens jegens vooral migranten uit islamitische landen versterkt. Deze processen voltrekken zich in Nederland niet veel anders dan in andere Europese landen. Maar Nederland maakt wel een eigen, unieke ontwikkeling door in deze bredere, gepolariseerde context. Naast de eigen historische ontwikkeling (waaraan ik in deze korte rede geen aandacht kan besteden) heeft ons land in deze eeuw nog twee politieke moorden (op Pim Fortuyn in 2002 en op Theo van Gogh in 2004)  meegemaakt, met extra verharding in de samenleving als gevolg. In de context van deze globale en lokale ontwikkelingen is de maatschappelijke (interculturele) dynamiek in Nederland te begrijpen.

Verlangen naar het verleden

De groei van onbehagen over de nieuwe ontwikkelingen en het gebrek aan een nieuw sociaal vangnet om met de groeiende onzekerheden om te kunnen gaan, leidt vaak tot een verlangen naar de gezamenlijke wortels. Deze wortels van een gemeenschappelijke natie of gemeenschap moeten fungeren als een nieuw vangnet voor en tegenwicht tegen de onzekerheden van de huidige tijd. Nog nooit zijn er in Nederland zoveel tv-programma’s geweest die iets met Holland in de titel hadden. Het belang van stevige sociale relaties is evident voor het ontwikkelen van een toekomstvisie in deze onzekere tijden. Maar deze gewortelde versie van eenheid biedt slechts schijnzekerheid. Ze bevat bovendien een aantal tegenstellingen die het onmogelijk maken dit gewortelde pad als duurzame oplossing van de huidige onzekerheden en het onbehagen te beschouwen.

Ten eerste maakt dit pad categorieën zoals natie, cultuur of traditie weer prominent, terwijl het individu zich daar in zijn strijd voor autonomie nou juist van bevrijd had. Hoe zouden deze oude beperkende categorieën de oplossing moeten bieden voor de nieuwe vraagstukken van deze tijd? Dit terugverlangen naar oude vangnetten is eerder een ondoordachte, reactieve poging tot een oplossing dan een goed doordachte vooruitziende oplossing. Je verschuilen in het verleden kan nooit een oplossing zijn voor de complexe problemen van vandaag. Voor een werkelijk alternatief moet je niet terugkijken, maar lessen uit het verleden gebruiken om vooruit te kijken.

Ten tweede maakt de op wortels gebaseerde oplossing de grens tussen groepen met verschillende achtergronden sterker. Een deel van de huidige spanningen in Nederland is gebaseerd op het ongemak en onbehagen rondom de toegenomen culturele diversiteit in de samenleving. Het hameren op oude wortels vergroot juist de afstand tussen de diverse groepen en daarmee de spanning. Daarom biedt dit pad geen duurzame oplossing voor het herstellen van relationele (en vooral onorthodoxe) banden.

Ten derde brengt dit pad met nationalisme als manifestatie te veel onaangename herinneringen uit het verleden met zich mee. Een van de lessen van de geschiedenis is dat nationalisme (hoe mild ook voorgesteld) een onwenselijke bron kan worden voor geldigheidsdrang van de meerderheid, waardoor de stem van minderheid onder druk komt te staan.

Kortom, het aanwakkeren van nationalistische gevoelens als bron van verbinding en zekerheid heeft eerder een tegenovergestelde werking. Het is gericht op het verleden in plaats van de toekomst, brengt polarisatie tussen groepen in plaats van een gedeelde notie van burgerschap en vergroot bovendien maatschappelijk onbehagen wanneer de beloofde zekerheid een illusie blijkt te zijn.

Routes in plaats van wortels

Om het gevoel van zekerheid en veiligheid te vergroten hebben we tastbare vormen van verbinding nodig. De nadruk op mijn grens, mijn belang en mijn winst heeft individuen tot atomen gemaakt met een zwak sociaal reflectief vermogen. ‘Zolang ik het goed heb, maakt het me niet zoveel uit hoe het met anderen gaat.’ Deze gedachte vormde het sterkste fundament voor het accepteren van extreem en onverantwoord gedrag van de afgelopen decennia. De enige uitweg is het relationele vermogen van het individu te versterken, zodat de samenleving meer wordt dan de som der individuen.

Het terugbrengen van relationele vermogens betekent allereerst een herdefinitie van individuele autonomie door deze niet als absoluut te beschouwen, maar als een continue afweging tussen het eigen belang en het gemeenschappelijke belang. Bijvoorbeeld: Hoe rijk wil ik worden als mijn rijkdom de armoede van anderen veroorzaakt? Wat als mijn consumptiedrang zware gevolgen heeft voor het milieu? Wat als mijn recht op spreken anderen emotionele schade brengt? Het is niet de bedoeling om het individu weer binnen de beperkende banden van collectieve krachten te brengen, maar om pogingen de verstoorde balans tussen het individu en het sociale te herstellen. Ik spreek in dit verband van een relationele autonomie, waarin de grenzen van de individuele autonomie niet absoluut zijn, maar in beweging blijven door gedeelde en verschuivende overtuigingen en door het gevoel van gemeenschappelijke verbondenheid vanuit verschil.

Niet het gewortelde pad, maar nieuwgevormde routes kunnen als bron dienen voor het creëren van nieuwe verbindingen. Daarbij vormen hedendaagse vraagstukken die geëngageerde burgers bij elkaar brengen de bron om een gezamenlijk pad te gaan bewandelen. Individuen die voor deze routes kiezen, zijn nieuwsgierig naar nieuwe ideeën, staan open om overtuigd te worden door goede argumenten en geloven dat een sociaal gezonde omgeving de basisvoorwaarde is voor hun individuele ontwikkeling. Daarom is het in hun eigen belang dat ze niet alleen iets halen uit de samenleving, maar haar ook iets teruggeven. Hierna beschrijf ik de condities voor relationele autonomie.

Voorbij het zelf

In het Nederland van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was solidariteit een van de sterke bouwstenen van de verzorgingsstaat maar nu klinkt solidariteit te ouderwets. In het neoliberale tijdperk, waarin fouten en mislukkingen niet meer aan systemen te wijten zijn, maar aan foute keuzes, is het moeilijker om het draagvlak voor solidariteit overeind te houden. In het tijdperk van extreem individualisme is er geen aandacht voor mogelijke systematische bronnen van uitsluiting of gebrek aan evenredige toegang tot de samenleving. Individuen die daar een punt van maken, worden vaak bestempeld als mensen die de slachtofferrol aannemen: ‘Je had gewoon beter je best moeten doen of harder moeten werken.’ Daarnaast is het met zwakke relationele vermogens ook ondenkbaar dat individuen zich solidair opstellen: ‘Waarom zou ik solidair zijn met anderen wanneer ik er niets voor terug krijg?’ Deze punten verdienen kritische reflectie alvorens we aan nieuwe vormen van solidariteit kunnen werken.

Hier wil ik terugverwijzen naar Foucaults kritiek op de moderne overtuiging van de absolute autonomie en vrijheid van het individu. Volgens Foucault is het individu nog steeds afhankelijk van de collectieve krachten, alleen is deze afhankelijkheid in het laatmoderne tijdperk veel onzichtbaarder geworden. In veel egalitaire landen zoals Nederland is geen sprake meer van zichtbare klassenonderdrukking die tot uitbuiting leidt of autoritaire machthebbers die hun wil opleggen aan hun onderdanen. Wel worden individuele keuzes beïnvloed door dominante denkbeelden die subtiel doorwerken. Alle geschreven en gesproken taal die tot een bepaalde normalisering van onze gedachten en gedrag leidt – (door Foucault aangeduid als ‘discours’) zorgt ervoor dat de invloed meer fluïde is dan voorheen en daarom ook moeilijker tegen te houden.

De dominante denkpatronen in de publieke ruimte bijvoorbeeld beïnvloeden onbewust ons denken en gedrag. Als we in de jaren tachtig dachten dat we solidair moesten zijn met de migranten in ons land of ons wilden inzetten tegen armoede, is het anno 2011 vrij normaal te verwijzen naar de eigen verantwoordelijkheid van deze mensen en te vragen waarom de mensen niet beter hun best doen? Deze verschuiving in de publieke opinie laat duidelijk zien hoe we als individu toch het product zijn van onze tijd en dat is nou juist de macht van het normaliserende effect van het dominante discours. Denk ook bijvoorbeeld aan de mensen die jarenlang als de helden van vooruitgangsideaal werden omhelst (zo gold Dirk Scheringa van DSB-bank als de gevierde ‘selfmademan’) en na de crisis tot de voorbeelden van extreme zelfverrijking werden gepresenteerd.

Om de essentie van de crisis te begrijpen is het belangrijk om onze eigen rol, hoe gering ook, erin te zien. Hoe is het mogelijk, bijvoorbeeld, dat zelfs de meest kritische geesten ongestoord koopgedrag tonen passend bij de extreme consumptiegerichtheid van deze tijd zonder zich af te vragen wat betekent het voor de wereld waarin we leven, als we steeds de beste, de nieuwste en de snelste apparaten willen hebben?

Wanneer de bronnen van dominantie of onderdrukking onzichtbaar zijn, het veel lastiger is om de structurele bronnen van ongelijkheid of uitsluiting aan te wijzen. Zeker binnen een discours waarin individuen niet alleen eindverantwoordelijk voor eigen daden worden gehouden, maar ook als de enige schuldigen gelden voor het maken van foute keuzes. Door verzwakte relationele vermogens ontbreekt bovendien het basisgevoel voor solidair zijn met anderen. De verwevenheid van deze drie punten (onzichtbare macht, eigen schuld, en zwakke relationele vermogens) hebben geleid tot gebrek aan draagvlak voor maatschappelijke
solidariteit.

De grote globale effecten van huidige crisis laten juist zien hoe onrealistisch de gedachte van absolute autonomie is: individuen noch nationale staten zijn in staat om autonome keuzes in absolute zin te maken. Dit betekent dat het lot van individuen in de hele wereld is met elkaar verbonden. En dus is solidariteit in ons eigen belang, want de ondergang van de ander kan ook onze ondergang worden. Bovendien laten recente natuurrampen en de gevolgen van ons vooruitgangsideaal op de natuur zien hoe kwetsbaar en  onvoorspelbaar ons bestaan op deze aarde is. Het denken in termen van relationele autonomie biedt hier perspectief, omdat het eigen belang niet tegenovergesteld is aan, maar juist verweven met het algemene belang. De consequentie is dat eigenbelang niet een geïsoleerde, gemakzuchtige en egoïstische invulling hoort te krijgen, maar een dynamische en verbindende betekenis. Ofwel: kies niet wat voor de hand ligt, maar toon durf om verder te kijken.

Van comfortzones naar veilige ruimtes

Voor het creëren van duurzame veiligheid en geborgenheid passend bij de laatmoderne samenleving hebben we nieuwe vormen van verbinding nodig, verbindingen die niet vanzelfsprekend zijn, maar juist een extra investering vragen. Onze comfortzones zijn gevormd door keuzes die vaak voor ons gemaakt zijn (al willen we dat niet geloven), door onze achtergrond en door wat we vanuit onze ontwikkeling en dominante denkpatronen in het dagelijkse leven vooral gewend zijn te denken en voelen. Ons gedrag en onze voorkeuren en emoties worden door deze vaak onzichtbare patronen beïnvloed. Wat we niet gewend zijn, is
vreemd en daar willen we ons tegen beschermen. We kiezen voor het zekere in onzekere tijden. De groepen die in de samenleving als lastig worden beschouwd, horen niet bij onze comfortzone, die willen we liefst buitensluiten. De makkelijk weg is kiezen voor de gemeenschappelijke wortels, want zij voeden onze comfortzones.

Kiezen voor routes in plaats van wortels betekent durf tonen om onorthodoxe verbindingen aan te gaan en vandaaruit naar oplossingen te zoeken voor de maatschappelijke problemen die niet bij een of andere groep behoren, maar bij onze samenleving als geheel. Deze op routes gebaseerde lichte gemeenschappen (in tegenstelling tot de vaste of zware gemeenschappen van vroeger) ontstaan wanneer individuen vanuit hun engagement met publieke vraagstukken tot elkaar komen en samen een pad willen bewandelen (zie ook Hurenkamp & Duyvendak 2008). Deze gemeenschappen kunnen op diverse manieren tot stand komen, bijvoorbeeld rond het samen oplossen van gesignaleerde problemen of vanuit de behoefte aan verbinding rondom sociale vraagstukken. Ze zijn de belangrijkste verbindingsvormen van de huidige tijd, omdat ze net zo fluïde zijn als het tijdperk waarin we leven. Hun bestaansreden is afhankelijk van hun functioneren en de ruimte die ze bieden aan burgers die voor een gezamenlijke oplossing van hun dilemma’s kiezen. Een voorbeeld van zo’n gemeenschap is community Veranders. Na de aanslag op Theo van Gogh in 2004 kwam een aantal ex-vluchtelingen (onder wie ik) en vrienden van vluchtelingen − mensen die jarenlang veel geïnvesteerd hebben in het welzijn van vluchtelingen in Nederland − bij elkaar omdat ze zich zorgen maakten over het groeiende negatieve klimaat in de samenleving. Er was behoefte om als geestverwanten bij elkaar te komen, op zoek naar een positief alternatief. Het scheppen van een veilige ruimte zou als alternatief moeten dienen voor de negatieve doorwerking van het klimaat. In deze veilige ruimte kwamen steeds meer mensen (uit diverse achtergronden) bij elkaar om samen te praten, te eten en van muziek en dans te genieten. Tijdens de bijeenkomsten werd geprobeerd inhoud en gezelligheid te combineren. De intensiteit van de bijeenkomsten is in de loop van jaren verminderd, maar Veranders heeft wel zijn werking gehouden als een netwerk dat verschillende functies voor de groep vervult.

Vertraagde tussenruimtes voor verbinding

De vluchtigheid van de huidige laatmoderne tijd brengt ongeduld met zich mee. De kunst is om geduldig met dit ongeduld om te kunnen gaan. Dat kan onder meer door te vertragen en ruimte te maken voor interacties waarin verhalen gedeeld kunnen worden. Het vertragen beschermt ons tegen wat Eriksen (2001) ‘de tirannie van de tijd’ noemt. Want ‘snel gaan betekent ook snel vergeten’, zoals Lyotard ooit treffend heeft geformuleerd. Door de snelheid van ons handelen vergeten we vaak de details en de veelvoud om ons heen te beleven en te waarderen. Door vertraagde tussenruimtes te creëren geven we verhalen de kans om gehoord te worden. De deelnemers schorten hun oordeel en overtuiging tijdelijk op en maken ruimte om onbevooroordeeld te luisteren. Zoals De Boer stelt, is het niet mogelijk naar de ander te luisteren zonder eerst bij onze eigen overtuiging tijdelijk een vraagteken te zetten. De Boer formuleert treffend dat zonder opschorting van het eigen oordeel discussie geen zin heeft en zonder overtuiging heeft de discussie geen inzet.

Wanneer de persoonlijke overtuigingen in de context van een levensverhaal verteld en gehoord worden, bieden ze een breder perspectief voor identificatie dan in discussies waarin meningen centraal staan. Onbevooroordeeld luisteren maakt de ruimte veilig genoeg om ervaringen in openheid te delen. Door het vertellen van verhalen delen mensen hoe ervaringen in het verleden doorwerken in het heden en richting geven voor de toekomst. In deze doorkruising van verschillende tijden en contexten delen mensen door verhalen mooie en minder mooie herinneringen, momenten van sterkte en kwetsbaarheid, pijn en vreugde
overwinning en verlies. Door verhalen krijgen mensen toegang tot een zo compleet mogelijk beeld van de ander. Hierdoor doet de ander een appel op ons om met een gezamenlijke reis te beginnen; een reis die afwisselend momenten van identificatie, distantie, ontroering en (on)begrip kent. Verhalen geven ons de kans om ons te bevrijden van vaste positiebepalingen en vanzelfsprekende doorwerking van dominante denkpatronen in ons oordeel en handelen.

Het geeft ons de kans om onze eigen comfortzones te verlaten en binnen de gecreëerde vertraagde veilige ruimtes, de wereld in zijn complexiteit te horen en te aanschouwen. Door het delen van verhalen komen emotionele verbindingen tot stand zonder dat overtuigingen gedeeld hoeven te worden. De ontstane verbinding creëert de nodige openheid en die is basisvoorwaarde voor een constructieve discussie tussen diverse overtuigingen. Een gesprek dat vanuit verbinding plaatsvindt, kan diverse uitwerkingen hebben: het kan tot verschuiving van overtuigingen leiden, maar ook leiden tot wat Rawls (2001) ‘overlappende consensus’ noemt. Hiermee bedoelt Rawls dat in een open samenleving diverse groepen het niet over alles eens hoeven te zijn, maar wel over de meest essentiële zaken. Welke deze essentiële zaken dan zijn, zou uit de discussie moeten blijken die volgens Iris Young (2002) op een democratische basis van redelijkheid gevoerd moet worden. Dat wil zeggen dat burgers open minded de discussie in en aangaan en zich niet hoger of beter dan de ander achten. Een zojuist veronderstelde verbinding vanuit verhalen verhoogt dit niveau van openheid, gelijkheid en redelijkheid vooral tussen de leden van de groepen die maatschappelijk gezien ver van elkaar lijken te staan.

Gemeenschappelijkheid zonder nationalisme

In deze onzekere tijden is het creëren van bronnen van zekerheid belangrijk. Duurzame zekerheid passend bij de vluchtigheid van het huidige tijdperk is alleen mogelijk als individuen hun eigenbelang relationeel vorm kunnen geven. Dit betekent dat het moderne individu naast eigen krachten ook eigen kwetsbaarheden; naast eigenbelang ook dat van anderen erkent en dit als voorwaarde beschouwt voor het tot stand brengen van nieuwe verbindingen.

In deze rede heb ik me vooral tot de nationale context van sociale relaties beperkt. Ik heb beargumenteerd dat de huidig financiële crisis ons leert dat we onze oude idealen zoals solidariteit en rechtvaardigheid hard nodig hebben, maar met enige laatmoderne aanpassingen. Deze idealen zijn belangrijke condities voor het herstellen van de relatie van het individu tot zijn omgeving. Door verder te kunnen kijken dan het zelf kan het gemarginaliseerde relationele vermogen van het individu worden hersteld. Door het creëren van nieuwe veilige ruimtes (ofwel lichte gemeenschappen) kunnen we gemeenschappelijke bronnen vinden die als basis kunnen dienen voor nieuwe sociale verbindingen. Het gaat hier om gemeenschappelijkheid zonder nationalisme. De basisaanname is dat ‘beschaafde samenlevingen inherent pluralistisch zijn en dit houdt in dat samenleven wordt voorgesteld als een constante onderhandeling over en verzoening van het verschil’ (Bauman 2000: 177, eigen vertaling). Op deze manier is eenheid geen uitkomst van statische of opgelegde
verbindingscondities gebaseerd op wortels, bloed of etniciteit, maar een proces van maatschappelijke dialoog en onderhandeling. In het huidige laatmoderne tijdperk zijn het hervinden van sociaal vertrouwen en de zoektocht naar nieuwe vormen van fluïde, lichte gemeenschappen centraal onderdeel van het ontdekken van nieuwe bronnen van verbinding. Het is daarom passend om onze idealen niet te vergeten, want een samenleving zonder idealen heeft geen ziel en idealen zonder realistische mogelijkheden zijn leeg, zoals Giddens ooit gezegd heeft. We hebben idealen nodig die ons een leidraad geven voor het vitaal houden van ons verantwoord handelen in relatie tot de medemens, de wereld en de natuur.

Literatuurlijst

Bauman, Zygmunt. Liquid Modernity. Cambridge: Polity Press, 2000.
Beck, Ulrich. Risk Society: Towards a New Modernity. London: Sage Publications, 1992.
Boer, Theo de. Tamara A., Awater en andere verhalen over subjectiviteit. Amsterdam: Boom, 1993.
Eriksen, Thomas Hylland. Tyranny of the Moment: Fast and Slow Time in the Information Age. London: Pluto Press, 2001.
Giddens, Anthony. Modernity and Self-Identity: Self and Society in the Late Modern Age. Cambridge: Polity Press, 1991.
Hurenkamp, M.E.A. & J.W. Duyvendak. “De zware plicht van de lichte gemeenschap”. Krisis, 28, nr. 1 (2008): 1-14.
Rawls, John. Justice as Fairness: A Restatement. Cambridge: Harvard University Press, 2001.
Vertovec, Steven. “Super-diversity and its implications.” Ethnic and Racial Studies, 30, no. 6 (2007): 1024-1054.
Young, Iris Marion. Inclusion and Democracy. Oxford: Oxford University Press, 2002 [2000].

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De actieve burger, De multiculturele samenleving

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s