Keti Koti

Intro

Naar aanleiding van de Keti Koti maand (Keti Koti is Sranantongo voor “Verbroken Ketenen”), die op 1 juni begon, schrijft universitair docent John Schuster over het Nederlandse slavernijverleden, over hoe het verdween en halverwege de jaren negentig weer verscheen in de Nederlandse geschiedenisboeken. Maandag 1 juli is Keti Koti. Dan zal op plechtige wijze worden herdacht (met toespraken en kransleggingen) en gevierd (met veel muziek) dat de slavernij 150 jaar geleden werd afgeschaft in de Nederlandse koloniën.

Slavernijmonument

Op  zaterdag 1 juni is de Keti Koti maand begonnen. Keti Koti is Sranantongo voor ‘Verbroken Ketenen’. De ketenen welke zijn verbroken,  zijn die van de slavernij die op 1 juli 1863 werd afgeschaft in  Suriname en de Nederlandse Antillen.

In de maand juni wordt de periode van de slavernij volop herdacht tijdens kerkdiensten, straatfestivals, dialoogtafels, herdenkingsbijeenkomsten, theatervoorstellingen, een musical en een opera. De maand wordt afgesloten op 1 juli met de Nationale herdenking in het Amsterdamse Oosterpark, waar het  Nationaal Monument Slavernijverleden staat.

Tot voor kort waren er in Nederland geen openbare herinneringen aan het Nederlandse slavernijverleden. In de meeste geschiedenisleerboeken was slavernij iets waar Nederland part noch deel aan heeft gehad. Aan het kopen, transporteren, verkopen en houden van slaven hadden de anderen zich schuldig gemaakt. De Verenigde Staten kenden slavernij, maar niet de Nederlandse koloniën, Antillen, Nederlands-Indië en Suriname. De historicus Van Stipriaan Luïscius sprak dan ook van “een oorverdovende stilte (…) met een sterk vertekend historisch bewustzijn als gevolg”. Het nationale geheugen bood plaats voor de Gouden eeuw maar niet voor de duistere kanten daarvan. Men hield zich liever voor dat de VOC mentaliteit ervoor had gezorgd dat  daar iets groots werd verricht dan te erkennen dat er tegelijkertijd ook mensen waren beroofd van hun meest fundamentele rechten. De dichter en schilder Lucebert daarentegen dichtte over de grote neger die in de donkerte van het Nederlandse geheugen samenleving is neergedaald, (en) morrelt aan halfvermolmde kasten, oude formulieren leest en ziet dat er te veel slaven zijn afgetrokken van de belastingen.

In de tweede helft van de jaren negentig van de vorige eeuw is de stilte over het Nederlandse slavernijverleden doorbroken door een aantal Surinaamse organisaties. Ze trokken de aandacht door het aan de kaak stellen van het Nederlandse slavernijverleden, openbare herdenkingen van de afschaffing van de slavernij te organiseren, namen  het initiatief tot de oprichting van een Monument Nederlands Slavernijverleden en eisten dat de koningin vergiffenis zou moeten vragen aan de nazaten van de slachtoffers voor het door de Nederlanders aangedane leed. Het Nederlandse slavernijverleden werd een publieke zaak.

De manier waarop sommige witte Nederlanders reageerden op deze eisen maakt duidelijk dat actievoerders een taboe hadden doorbroken. Er zou sprake zijn van politieke correctheid, inquisitie, identiteitspolitiek, opwekken van  schuldgevoelens en oprakelen van een verleden, waarmee de integratie niet was gediend.

Een aantal wensen van de actievoerders is ingewilligd. In 2002 kwam het Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden tot stand en 2003 Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis. Sinds 2007 maakt het slavernijverleden deel uit van de 50 vensters uit de canon van de Nederlandse geschiedenis. Van recentere datum is de (omstreden) NTRserie De Slavernij. Er is sinds enkele jaren ook aandacht voor sporen van de Nederlandse slavernijgeschiedenis in Nederland. Onderzoekers hebben onder andere Amsterdamse grachtenpanden in kaart gebracht die verbonden zijn met de slavernij, doordat hun eigenaren zich bezighielden met de koop en verkoop van slaven, aandelen hadden in plantages of tot de bestuurders van West Indische Compagnie behoorden. Ook het landschap van steden als Middelburg en Utrecht blijkt minder ‘onschuldig’ dan men ooit had gedacht. Dit nieuwe onderzoek laat zien dat de Nederlandse koloniale geschiedenis niet alleen overzee maar ook in Nederland heeft plaatsgevonden.

Maandag 1 juli is Keti Koti. Dan zal op plechtige wijze worden herdacht (met toespraken en kransleggingen) en gevierd (met veel muziek) dat de slavernij 150 jaar geleden werd afgeschaft in de Nederlandse koloniën. De koning en Koningin zullen eraan deelnemen. Daarmee lijken de pogingen om de koloniale en nationale geschiedenis van Nederland bij elkaar te brengen, en de slavernij in te schrijven in de textuur van de nationale herinnering, te zijn geslaagd.

Voor hier voor meer informatie over Keti Koti.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De multiculturele samenleving, Ongelijkheid in de samenleving

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s