Haalt de Mantelzorg 2020?

De Week van de Chronisch Zieken staat dit jaar in het teken van mensen met een beperking en hun mantelzorgers. MSc Saskia Schakel deed voor haar scriptie onderzoek naar het thema Werk en Mantelzorg en deed verslag van het openingssymposium.   Saskia Schakel

‘Wij zijn van iedereen, voor iedereen’,  zo opent Joan Leemhuis, voorzitter van de Week Chronisch Zieken het Openingssymposium ‘Hoe haalt de mantelzorg 2020?’. Het is de 17e editie van de Week, waarin alle mensen met een beperking en hun mantelzorgers centraal staan. Henk Smid, directeur van ZonMw en tevens dagvoorzitter trapt vervolgens af met een interview met prof. dr. Marjolein Broese van Groenou en dr. Rick Kwekkeboom. We leren dat er een verdubbeling van de 75jarigen aankomt met als een gevolg een stijging van de vraag naar langdurige zorg. De aandacht van de onderzoekers zal de komende jaren uitgaan naar de ‘onzichtbare mantelzorgers’, zoals buren en andere vrijwilligers die de primaire mantelzorgers ondersteunen.

De scheiding tussen deze vrijwilligers en de mantelzorgers zelf is in huidig beleidsvorming en onderzoek te groot. Ook tussen mantelzorgers en de zorgprofessionals vindt er nog te weinig ontmoeting plaats. Staatssecretaris Martin van Rijn krijgt vervolgens het woord en ook hij stelt dat de zorgprofessionals en de 2,5 miljoen mantelzorgers die we in ons land hebben niet zonder elkaar kunnen en samen het hart van de Nederlandse gezondheidszorg vormen.  Kwaliteit, houdbaarheid en betrokkenheid zijn de drie kernthema’s waarop hij toekomstig beleid wenst uit te zetten. Het gaat hierbij om meer aandacht voor individuele persoonlijke behandeling, wat men vanuit de gemeentes beter hoopt te kunnen faciliteren dan vanuit de staat op nationaal niveau, het betaalbaar houden van de langdurige zorg voor iedere Nederlander en hierbij meer oog te hebben voor mantelzorgers en vrijwilligers.

Door een forumgesprek met Diana Monissen, bestuursvoorzitter van De Friesland Zorgverzekeraar, Eric van der Burg, wethouder gemeente Amsterdam, en Juliette van Zuijlen vanuit haar rol als mantelzorger, weten we vervolgens dat de intenties bij gemeente en zorgverzekeraar er zijn om van de bureaucratie af te stappen, meer integraal naar de zorgvraag per gemeente te kijken en dat de wens er is om over grenzen heen te kijken.

Dat de werkelijkheid op dit moment iets minder rooskleurig uit kan pakken, leer ik vervolgens in workshop 1 ‘Bijzondere mantelzorgers’, een van de twaalf workshops die het symposium aanbiedt. Bijzondere mantelzorgers zijn mensen die voor iemand zorgen met een psychiatrisch probleem of een verstandelijke beperking. Dertig mensen zijn aanwezig, waarvan een groot deel zelf ook mantelzorger is. Dat voor deze mensen de zorgsituatie bijzonder en extra zwaar is wordt meteen duidelijk uit hun reactie op cijfers van het SCP die dr. Rick Kwekkeboom, leider van de workshop, aan de groep presenteert. De reacties uit de zaal op de cijfers zijn sterk kritisch, deze mantelzorgers laten zich duidelijk niet kwantificeren. ‘Dat geldt toch niet voor iedereen’ wordt een paar keer geroepen en ieder in deze zaal is hier overduidelijk en onafhankelijk een individueel en bijzonder geval.

We gaan snel door en Malène Duijst vanuit Clientenbelang Amsterdam houdt twee interviews met Kati Varkevisser en Annelies Faber, allebei moeder van een zoon met een psychiatrische aandoening. Zowel Varkevisser als Faber benadrukken het gevoel van weerstand tegen hen als mantelzorger en stellen dat professionele zorgverleners geen vragen stellen, maar aannames doen. Zij denken vanuit hun rol als organisatie, niet vanuit de cliënt, en bieden enkel zorg terwijl er soms juist structuur nodig is.  Beide vrouwen missen duidelijk de terugkoppeling vanuit de professionals en voelen zich ondergewaardeerd door de ‘expert-denkers’. Iemand in de zaal omschrijft het mooi: ‘We worden door het beleid omarmt, maar in de praktijk genegeerd’.

Na een uur verlaat ik met moeite deze zaal, vol verhalen en emoties die eigenlijk meer tijd en aandacht waard zijn, om naar de volgende workshop ‘Werk en Mantelzorg’ te gaan. Hier ontmoet ik Annie Oude Avenhuis van kenniscentrum Movisie, de groepsleider van deze workshop. Movisie heeft in samenwerking met de Vrije Universiteit onderzoek gedaan naar werkende mantelzorgers onder bedrijven die de erkenning ‘Mantelzorgvriendelijk’ ontvingen van de Stichting Werk en Mantelzorg. Na een kennismakingsrondje, waarin blijkt dat iedere aanwezige affiniteit en/of ervaring heeft met de combinatie werken en zorgen, is het tijd voor een quiz waarin de groep zelf schatting kan doen van de verwachte resultaten. Dit is een mooie interactieve aanpak van de presentatie van de onderzoekscijfers en leidt tot interessante gesprekken en eyeopeners bij de mensen in de zaal. Zo ontstaat er bijvoorbeeld een mooie uitwisseling van kennis omtrent de vraag wie er in een organisatie verantwoordelijk is voor de bespreekbaarheid van mantelzorg. In eerste instantie wordt gedacht aan de mantelzorger zelf, die heeft immers  het probleem. Een coach vanuit de zaal vertelt ons dat veel van haar cliënten juist maar niets zeggen op het werk omdat zij bang zijn ontslagen te worden. Dit roept begrip op bij de zaal, zeker in deze economische tijden, en uiteindelijk ontstaat er een consensus dat de arbo-arts bij kort verzuim een meer signalerende functie moet vervullen, de leidinggevende en Human Resources een sfeer moeten creëren die openstaat voor mantelzorgers en dat mantelzorgers verantwoordelijkheid dragen om tijdig aan de bel te trekken. Oude Avenhuis gaat door met de volgende vraag over welke regelingen populair zijn onder mantelzorgers. Dat het inzetten van verlofregelingen als ‘laatste redmiddel’ wordt gezien, en dat men liever flexibel gaat werken en eerder vakantie opneemt, is enigszins verbazingwekkend. Het gesprek gaat op een constructieve en prettige wijze voort en een ieder uit de zaal kan hierin een inbreng doen. Dat pro activiteit en creatief denken bij organisaties nog achterblijft, is één van de belangrijkste aandachtspunten vanuit de zaal. Daarnaast wordt gesteld dat veel werkgevers het thema nog niet geagendeerd hebben en dat voorlichting binnen organisaties een meer prominente plek verdient. Mantelzorg wordt echter een steeds actueler thema en krijgt meer aandacht in de media. Dat Lodewijk Asscher op 18 november een arbeid-zorg-top houdt in Den Haag geeft de burger moed. De tijd vliegt voorbij en ik heb het idee dat iedereen de zaal tevreden verlaat.

Terugkijkend op deze nuttige en bijzondere dag, constateer ik dat er nog een hoop slagen te maken zijn tussen de wensen vanuit het beleid, de behoeftes van mantelzorgers en hun zorgvragers, en de daadwerkelijke uitwerking in de praktijk. Dat de intenties er zijn om deze slagen efficiënt en met oog voor mens en kwaliteit te maken, geven mij echter het vertrouwen dat de Mantelzorg 2020 wel gaat halen. En hoe.

Dit verslag verscheen eerder op de website van de stichting Week van de Chronisch Zieken.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De actieve burger

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s