Stage in “Hollywood for ugly people”

Lili-AnneTwijfel je over stage lopen of studeren in het buitenland? Laat je overtuigen door bachelor-student Lili-Anne de Jongh die vier maanden doorbracht in Washington D.C., a.k.a. “Hollywood for ugly people”!

“The ultimate measure of a man is not where he stands in moments of comfort and convenience, but where he stands at times of challenge and controversy” – Martin Luther King jr. (1963)

Paul Begala, begenadigd speechwriter voor ex-president Clinton, bedacht de nickname “Hollywood for ugly people” voor Washington D.C.. Waar of niet, Washington D.C herbergt, net als die zonnige botoxstad aan de andere kant van het Amerikaanse continent, een schat aan gedreven mensen, mooi en lelijk. Graag vertel ik je meer over mijn ervaringen als VU-student in deze bijzondere stad.

Washington D.C. was van 28 augustus tot 14 december 2013 mijn thuis. Vier maanden lang mocht ik proeven van het leven in één van de meest besproken steden ter wereld. Ik had het voorrecht daar tijdens mijn derde jaar stage te lopen bij één van de tientallen lobbykantoren en een vak over (inter-) nationale campagne-voering te volgen.

Ik heb nog steeds moeite te geloven dat het ‘studeren in het buitenland’ gelukt is. Bij tijd en wijlen heb ik het als een onmogelijke opgave gezien. Veel studenten waren me voor gegaan en uit hun reacties op fora op internet, face-to-face of op hun tijdlijn op Facebook was op te maken dat het toch zo’n ongelofelijke ervaring was geweest! Leuzen als “als je de kans krijgt, pak ‘m met beide handen aan” en “dit vergeet je van je leven nooit meer” waren vaak te horen. Maar ook kreten als “dat geld hé…” en “dit is toch zo verrekte lastig om te regelen” dringen de oren van avontuurlijke dagdromers van studenten binnen. Maar hoe cliché het ook klinkt: het is fascinerend en buitengewoon verrijkend om af en toe eens te controleren of de wereld er nog is. Heb je de middelen en het lef? Raap ze dan allemaal bij elkaar en ga studeren in het buitenland!

En zo ging ik. Na diverse gesprekken met docenten (nogmaals veel dank Bastiaan van Apeldoorn, Jaap Woldendorp, Jacquelien van Stekelenburg en Fleur Thomese) en ander voorbereidingswerk mocht ik mij aansluiten bij The Washington Center (TWC), dat voor mij de stage, onderdak en het vak heeft geregeld.

The Washington Center is een non-profit organisatie, gelokaliseerd in hartje D.C., die op maat gemaakte opleidingen op het gebied van politiek, bedrijfsleven, communicatie en rechten aanbiedt in Washington D.C., maar ook in Londen en Sydney. Opgericht in 1975 is het de grootste non-profit organisatie in Amerika gericht op het opleiden van ‘leaders of tomorrow’ en heeft het al aan meer dan 25.000 studenten, van Japan tot aan Mexico, haar kennis overgedragen. Ik vond deze organisatie na veel Googlen per toeval via de website van de Universiteit Antwerpen. Enkele Belgische studenten spraken vol lof over TWC. De combinatie van theorie en werken in de praktijk die TWC aanbiedt klonk veelbelovend. Ik besloot mij aan te melden en werd na een selectieprocedure, waarbij ik een essay en een uitgebreide motivatie moest schrijven, uiteindelijk uitgekozen!

Het hoofdcomplex van The Washington Center is gelokaliseerd in de opkomende buurt NoMa. In dit complex hadden alle studenten een appartement dat zij deelden met twee of drie andere studenten. Tevens kon je in het complex je lessen volgen, sporten en werden er gezellige avonden georganiseerd. Het complex ligt een paar minuutjes lopen van Union Station, het prachtig gedecoreerde station, Capitol Hill waar het Congres en de departementen van de Huizen van Afgevaardigden en de Senaat gevestigd zijn en de National Mall, een lange boulevard met aan weerszijden nationale musea zoals het National Museum of Natural History en het Newseum.

Het eerste wat mij opviel aan Washington D.C. was hoe schoon de stad is, hoeveel witte gebouwen er staan (en dan bedoel ik niet alleen het Witte Huis), het tomeloze enthousiasme van haar bewoners en de laagbouw (geen enkel gebouw in D.C. mag hoger zijn dan het Capitol). De stad is beroemd om haar prachtige marmeren gebouwen en brede paden. Gebouwd naar het evenbeeld van de architectuur in Parijs (straten lopen van noord-zuid en oost-west en hebben diagonale avenues) is het een overzichtelijke en makkelijk te doorkruisen stad. In de jaren ’50 nog berucht om zijn hoge percentage criminaliteit is het nu een van de veiligste steden in Amerika. Desondanks is er een duidelijke scheidslijn tussen zeer arm en zeer rijk te vinden; soms vind je letterlijk een straat verderop de verloederde huizen van veelal Afro-Amerikanen terwijl je daarvoor nog de succesvolle dertig-jarige blanke lobbyist uit K-street (de Amerikaanse versie van de Zuid-as) uit zijn loft zag stappen. Ondanks dat het hoogste politieke orgaan er zetelt is het een doodnormale stad gebleven, zeker als je de schijnbare façade van politieke macht, diplomaten en juristen even naast je neer legt. Reis je verder weg van Capital Hill en de National Mall, dan waan je je in een typische Amerikaanse stad vol multiculturaliteit en altijd wel een enthousiaste Washingtonian om een praatje mee te maken.

Tijdens mijn stage, bij het lobbykantoor The Chwat Group, werd ik in staat gesteld om vier volle dagen per week onderzoek te doen voor verschillende cliënten; van musea tot aan buitenlandse ministeries. The Chwat Group is opgericht in 1971 en gevestigd in Alexandria, een van de kleinere plaatsjes nabij D.C. en ik fungeerde daar, samen met nog drie stagiaires, als research assistent. Een lobbykantoor heeft als taak de belangen van specifieke cliënten over te brengen aan politici en hen te overtuigen van de noodzaak om bijvoorbeeld een bepaalde wetswijziging door te voeren. Uiteindelijk is belangenbehartiging de lucht die een lobbyist ademt. Het was onze taak om elke dag verschillende opdrachten uit te voeren voor een bepaalde deadline, soms slechts binnen een uur. Mijn stagebegeleider en tevens directeur van het kantoor, de heer Chwat, is een doorgewinterde en betrokken lobbyist. Hij kent het Congres als zijn broekzak (”I have been working as a lobbyist since Abe Lincoln was president”) en heeft connecties over de hele wereld. Onze taken bestonden vooral uit het opzoeken van informatie en het schrijven van memo’s voor zijn cliënten en vergaderingen van specifieke commissies van het Congres bijwonen. Tijdens mijn vak ”Campaigning for a Cause” kreeg ik de kans meer te leren over het opzetten van verschillende (inter-)nationale campagnes zoals die van de National Rifle Association (NRA) en Amnesty International. Samen met een stuk of tien andere studenten van The Washington Center kregen wij elke maandagavond drie uur lang les van Robert SanGeorge, verbonden aan de American University en George Washington University in D.C en gespecialiseerd in public affairs en environmental campaigning. Zelf heeft hij gewerkt aan grote campagnes voor onder andere het WNF in Europa samen met prins Bernard. Een bijzondere man van wie ik heb geleerd om door te zetten en out of the box te denken.

Al met al waren deze vier maanden een avontuur om nooit te vergeten! Het is waar dat we niet alleen studenten in de collegebanken zijn maar ook studenten in het leven. Ik had het voor geen goud willen missen en kan iedereen zo’n ervaring dan ook absoluut aanraden!

Sneak preview

Kijk mee achter de schermen van een semester bij The Washington Center en zie voor meer informatie www.twc.edu of stuur mij gerust een mailtje. See ya!

Lili-Anne de Jongh – la2589@gmail.com

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De actieve burger, Opleiding Sociologie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s