Te weinig onderzoek naar Marokkanen

Karim_UitverkochtWie denkt dat er inmiddels niets meer te onderzoeken valt aan Marokkanen in Nederland heeft het mis: het échte onderzoek moet nog beginnen.

Onderzoekers zoeken altijd naar een niche als ze met een onderzoek beginnen. Als het onderzoek over Marokkanen betreft lijkt er echter geen niche meer over: er is onderzoek gedaan naar criminaliteit onder Marokkanen, socialisatieprocessen onder Marokkanen, groepsgedrag, identiteitsvorming, radicalisering, en meer recent hebben onderzoekers de meervoudige identiteiten van Marokkaanse jongeren onder de loep genomen en de manier waarop deze identiteiten gecombineerd worden in het dagelijks leven.

Zelf heb ik ook een duit in het zakje gedaan. Vorige maand rondde ik mijn proefschrift over de Marokkaans-Nederlandse identiteit af, waarin ik beschrijf hoe Marokkaans-Nederlandse jongeren gebruik maken van verhalen (over hun eigen ervaringen) om betekenis te geven aan maatschappelijke in- en exclusie. Ik concludeerde dat Marokkaans-Nederlandse jongeren niet altijd in staat zijn om positieve verhalen te vertellen over zichzelf en over hun groep, maar dat ze tegelijkertijd naar manieren zoeken om dat wel te doen: door verhalen over hun ervaring van uitsluiting af te wisselen met verhalen over ervaringen van insluiting in relaties met vrienden, collega’s, buren, en onderwijzers; door hun ervaringen te beschrijven in termen van hun gender- en klasse-identiteit; door hun verhalen op verschillende manieren vorm te geven in relatie tot verschillende toehoorders, en door verhalen te vertellen die opzettelijk vaag, open, of op meerdere manieren interpretabel zijn.

Lang heb ik gedacht dat we inmiddels elk aspect van de Marokkaans-Nederlandse tweede generatie wel in beeld hebben, maar Marokkaans-Nederlandse jongeren bewijzen nu dat ik het bij het verkeerde eind heb. Waar het onderzoek over de tweede generatie zich steeds vooral richtte op de Marokkaanse, Islamitische en/ of Nederlandse aspecten van de Marokkaans-Nederlandse identiteit, merk ik op dat Marokkaans-Nederlandse jongeren zelf inmiddels een broertje dood hebben aan de reductie van hun identiteit tot zogenaamde duale, hybride of geïntegreerde identiteiten. In ‘De nieuwe Marokkaan huilt niet’ (NRC, zaterdag 29 maart 2014) laten documentairemaker Abdelkarim El-Fassi en BNR-redacteur Lamyae Aharouay weten liever aangesproken te worden op ‘wie ze zijn’, in plaats van ‘wat ze zijn’.

In de documentaire mijn vader, de expat volgt dezelfde Abdelkarim El-Fassi zijn vader naar Marokko, waar hij op zoek lijkt te gaan naar ‘wie hij is’ als hij samen met zijn vader de geschiedenis van diens migratie achterhaalt. Wat interessant is aan de documentaire is niet zozeer dat deze op een zo hartverwarmende manier het beeld van de ‘gastarbeider’ ter discussie stelt, maar vooral de warme ontvangst onder de tweede generatie Marokkaanse Nederlanders. Tijdens de première in Cinerama in Rotterdam, waar de documentaire werd opgeluisterd door optredens van Khalid Amakran, Nasrdin Dchar, en Haci Tekinerdogan, viel het me op hoe enthousiast er werd gelachen, maar ook gehuild; hoeveel herkenning er was in de zaal met betrekking tot de thema’s die gedurende de avond de revue passeerden.

Onderzoekers hebben vaak benoemd dat Marokkaans-Nederlandse jongeren zich niet vertegenwoordigd voelen door organen die spreken namens ‘de Marokkaanse gemeenschap’. En dat is logisch. Wat deze jongeren met elkaar delen is niet zozeer dat ze ‘Marokkaans’ of ‘Nederlands’ zijn, maar dat ze onderdeel zijn van een tweede generatie. Ze delen de ervaringen die verband houden met migratie, en het zoeken naar een plaats in de Nederlandse maatschappij. Deze zoektocht gaat niet zonder slag of stoot: Marokkaans-Nederlandse jongeren worden heen en weer geslingerd tussen het gevoel volwaardig deel uit te maken van de Nederlandse maatschappij, en de uitsluiting door diezelfde maatschappij. Waar mijn onderzoek zich richtte op de manieren waarop Marokkaans-Nederlandse jongeren betekenis geven aan deze worsteling, lijken Marokkaans-Nederlandse jongeren deze worsteling inmiddels langzaam los te laten en op zoekt te gaan naar wie zij zijn, los van de ervaring van exclusie.

Het succes van mijn vader, de expat laat zien dat het niet nodig is voor Marokkaans-Nederlandse jongeren om zichzelf te definiëren in termen van het één en of het ander: achter hun identiteit schuilt een rijk geschakeerd collectief verhaal dat uniek is. Het verhaal van Marokkaanse Nederlanders wordt gevormd door hun vaders en hun moeders, de familiegeschiedenis van migratie, door cassettebandjes, door lange vakanties in Marokko, door het thuis voelen in verschillende landen en verschillende culturen en door het tegenstrijdige gevoel van constante heimwee naar dat andere land. Ook de ervaring van uitsluiting speelt een rol in dit verhaal, zeker, maar het is slechts een van de vele onderdelen. Na zoveel jaren negatieve publiciteit, lijkt het nu definitief tijd voor jonge Marokkaanse Nederlanders om deze negatieve publiciteit achter zich te laten en zichzelf te definiëren niet in relatie tot, maar als uniek onderdeel van de Nederlandse maatschappij. De nieuwe Marokkaan huilt niet, hij gaat op zoek naar zichzelf en laat zich niet meer tegenhouden. Waar dat eindigt, moeten we nog zien. Ik blijf hen zeker volgen.

Jacomijne Prins is PhD-student en docent aan de afdeling Sociologie.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De actieve burger, De multiculturele samenleving

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s