Partnerkeuze: Trouwen, dat doen we hier onder elkaar

Dit weekeinde (11 oktober) verscheen in het NRC Handelsblad een bijlage over ongelijkheid. In een artikel, geschreven door Petra de Koning, stelde Prof. dr. Harry Ganzeboom dat herkomst van steeds minder groot belang is bij sociale mobiliteit. Er zijn steeds meer hoog opgeleide mensen in Nederland, die zich vooral met elkaar bezighouden. Dreigt een tweedeling?

Als wetenschappelijk onderzoeker in de sociologie heb je in deze tijd veel goed nieuws te vertellen. Steeds meer Nederlanders zijn hoger opgeleid en voor de kansen in je leven maakt het steeds minder uit wat je vader of je moeder doet. En op de huwelijksmarkt wordt de gelijkheid groter: bij vrouwen stijgt nu ook hun ‘waarde’ als ze kans maken op een baan met veel status en geld, het doet er minder toe of ze mooi en lief zijn en goed voor kinderen kunnen zorgen. Andersom zoeken vrouwen vaker een man die meedoet in het huishouden.

De mannen die dat willen, zegt hoogleraar sociologie Matthijs Kalmijn (Universiteit van Amsterdam), zijn vaak hoger opgeleid. Net als de vrouwen met een mooi toekomstperspectief. En zij trouwen dus steeds vaker met elkaar.

Wat betekent dat voor de achterblijvers? Daar begint het slechte nieuws. En daarbij: gaan al die steeds hoger opgeleiden er wel echt op vooruit in vergelijking met hun ouders?

Kalmijn doet onderzoek naar trends in trouwgedrag. Wie kiest wie en waarom? Het is al langer zo dat hoogopgeleiden vaker dan laagopgeleiden trouwen met iemand uit een andere sociaal-economische of religieuze groep. Juist zij hebben op scholen en universiteiten kans om ‘kandidaten’ uit een andere groep tegen te komen. Wat wel nieuw is: de groep hoogopgeleiden groeit nu heel fors en er zitten meer vrouwen in dan twintig of dertig jaar geleden. Bij de keuze voor een partner telt afkomst steeds minder mee.

„De hoogopgeleiden”, zegt Kalmijn, „vormen een steeds geslotener groep.” Wie niet kan meekomen op school, komt er nauwelijks nog tussen. „De achterblijvers worden homogener en geïsoleerder.” Als je nu nog in een lagere sociale klasse zit, heeft dat meestal niet meer te maken met pech of weinig kansen, maar met intelligentie en doorzettingsvermogen.

Kalmijn vindt niet dat het zijn taak is om politici daarover een boodschap mee te geven. Maar toch: „De klassieke links-rechts tegenstelling gaat uit van sociaal-economische klassen op basis van inkomen. De PvdA heeft het idee: met wat geld erbij gaan we de lagere klassen helpen en worden ze gelijker. Mensen als Geert Wilders zien in dat het verschil óók te maken heeft met cognitieve vermogens, met een manier van denken die je op school krijgt aangeleerd. In die groep leven opvattingen die wij met onze ideeën over tolerantie en waarden niet prettig vinden.”

Dat Nederlanders gemiddeld genomen hoger opgeleid zijn, betekent nog niet dat we met zijn allen sociaal stijgen. Want dat heeft ook te maken met de beroepen waarin mensen terechtkomen. En als er méér gediplomeerden zijn, zijn er niet vanzelf ook meer hogere functies.

‘De groep achterblijvers wordt homogener en raakt geïsoleerder’

Volgens sommige onderzoekers betekent dit juist dat we erop achteruitgaan: met hoge diploma’s komen mensen ook terecht in banen die niet passen bij hun opleiding. En sociaal dalen is voor veel mensen een schrikbeeld. Dan is de tijd voorbij waaraan we sinds de jaren ’60 zo gewend zijn geraakt: dat kinderen het beter krijgen dan hun ouders.

Harry Ganzeboom, hoogleraar sociologie (Vrije Universiteit), vergelijkt de discussie onder wetenschappers – een stijging of daling? – met die over klimaatverandering. De een ziet het wel, de ander niet, afhankelijk van het soort onderzoek dat je gebruikt.

Ganzeboom doet zelf onderzoek naar langetermijnontwikkelingen in sociale mobiliteit: stijgen of dalen ten opzichte van je ouders. Daaruit blijkt dat het steeds meer ‘open’ ligt. „Mensen kunnen ongeacht hun herkomst ver komen in wat ze maatschappelijk gezien bereiken, maar ze kunnen ook dalen.” Die trend is er vanaf de jaren ’60. In de jaren ’50 was Nederland nog een extreem zo-vader-zo-zoon-land, ook internationaal. „Daarna kwam de massale toestroom naar het middelbaar onderwijs. Dat had in Nederland een heel sterk effect.”

Bij kinderen van de eerste en tweede generatie Turken en Marokkanen in Nederland was de kans op stijgen en dalen nóg groter. Het kwam op henzelf aan. Ganzeboom: „Ze hadden weinig last van hun ouders, maar ook geen gemak. Migrantenouders weten vaak niet hoe ze hun kinderen moeten helpen. Of ze zijn er niet.” Bij de derde generatie was het stijgen en dalen alweer vergelijkbaar met autochtone Nederlanders.

Het is niet zo dat Nederlanders van Turkse of Marokkaanse afkomst nu vaker trouwen met autochtone Nederlanders. Frank van Tubergen, hoogleraar sociologie (Universiteit Utrecht), doet langlopend onderzoek naar endogamie, trouwen binnen de eigen bevolkingsgroep, en exogamie, buiten de eigen groep. Van de Surinamers trouwt bijna de helft met niet-Surinamers, van de Antillianen 60 procent. Bij Turken en Marokkanen is dat anders. Van hen trouwt 80 procent met iemand uit de eigen groep. Vooral vrouwen kiezen daarvoor.

Hoger opgeleide Turken of Marokkanen trouwen vaker met een niet-Turk of niet-Marokkaan. Dat komt doordat zij vaker in contact komen met autochtone Nederlanders. En óók, want dat hangt met elkaar samen, in de manier waarop zij de islam beleven. „Er is een verschuiving naar minder sterk praktiseren van het geloof.”

Maar draai het eens om, zegt Van Tubergen: met wie trouwen autochtone Nederlanders? Met andere autochtone Nederlanders. „Dat geldt voor 90 procent. Nederlanders zijn de meest gesloten groep.”

Door Petra de Koning

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Ongelijkheid in de samenleving

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s