Een sociologisch uitje in de Pijp

eerstejaars

De eerste periode van het studiejaar zit er weer bijna op! Als afsluiting van deze periode schrijft Jim Kleijwegt over het afsluitende uitje van de eerstejaars bachelorstudenten!

Woensdag acht oktober hebben wij, eerstejaars bachelor sociologie studenten, een klein, kwalitatief buurtonderzoekje in de wijk de Pijp gehouden. De eerste periode loopt alweer tegen zijn einde, vandaar dit afsluitende uitje, dat natuurlijk wel een beetje leerzaam moest zijn. Het uitje werd georganiseerd door de docenten en mentoren van de bachelorwerkgroep. We verzamelden ons bij de Albert Cuypmarkt om vervolgens in verschillende groepjes de wijk in te trekken. Ieder groepje kreeg een eigen thema waarop zij hun onderzoek moesten richten, welke vragen we aan mensen wilden stellen was aan ons. De vier thema’s waar onderzoek naar gedaan werd waren: de markt en sociale relaties, de rol van wijkcentra in de Pijp, identificatie met de buurt de Pijp/beeld van de buurt en het Sarphatipark als uitlaatPijp.

Het groepje waar ik in zat kreeg het identificatiethema. We besloten vooral te vragen naar de associaties die mensen met de wijk maken, de mate waarin ze samenhang in de wijk ervaren en positieve en negatieve veranderingen die plaatsgevonden hebben of dingen die juist zouden moeten veranderen. De eerste man die wij interviewden terwijl hij net een winkel uit liep, kwam oorspronkelijk uit Amsterdam, maar woonde hierna in New York en Los Angeles, toch voelde hij zich het fijnst in Amsterdamhet is toch nog een beetje een dorp’. Vooral de Pijp zag hij nog als authentiek Amsterdam. De samenhang tussen bewoners in de buurt was volgens hem wel wat afgenomen, wat hij vooral toeschreef aan de individualisering. In het Sarphatipark spraken we een vrouw die ons vertelde dat ze bij de Pijp vooral aan gezelligheid denkt en dat de samenhang in haar woonblokje sterk is. Over de rest van de wijk wist ze dit niet goed te zeggen. Ze was minder positief over de steeds dominanter wordende positie van ‘de rijke, witte tweeverdieners’ in de wijk. Ook ervoer ze een toename van betuttelend gedrag in de wijk. Ze verwees hierbij vooral naar acties van bewoners zelf. Ze vond het fijn dat het park niet meer vol zit met ‘crackjunks’, maar een recente demonstratie tegen blowen was weer iets te veel van het goede. Toch voelde ze zich absoluut op haar plaats in de Pijp en was ze zeker niet van plan om te vertrekken.

Voor de supermarkt spraken we een vrouw die meteen aangaf op dit moment agressieve gevoelens tegenover studenten te ervaren. Een beetje geschrokken van deze ietwat heftige opening besloten we toch even door te vragen. Gelukkig nuanceerde ze haar uitspraak snel. Er bleek boven haar huis een illegale studentensoos te zijn gevestigd, die haar dag en nacht overlast bezorgde. ‘Wat ze studeren weet ik niet, het zijn meer losers die de hele dag thuiszitten’. Ze woonde zelf al tientallen jaren in de Pijp en haar beeld van de wijk was, ondanks deze slechte ervaringen nog steeds goed.  Ze gaf wel aan dat de samenhang minder was geworden, en ze hekelde de toestroom van een bepaald type welvarende student. Aan het einde van ons, uiteindelijk toch bijzonder prettige gesprek, drukte ze ons nog op het hart ons niet in te mengen met eerdergenoemd type ‘loserstudenten’. Een terugkerend onderwerp in onze gesprekken bleek toch vaak de komst van de yuppen (een bepaald type jong persoon met een goed betaalde baan) te zijn. Langzamerhand werden we ook erg benieuwd naar het beeld dat leden van deze groep zelf van de wijk hebben, maar pogingen om potentiële yuppen te interviewen wierpen helaas weinig vruchten af, de yup leek vooral vaak haast te hebben.

De Pijp werd over het algemeen beschreven als een gezellige wijk, waarmee bewoners zich vaak sterk verbonden voelen. Toch kwam opvallend vaak naar voren dat de samenhang in de wijk afnam en was er veel kritiek op de stijgende huizenprijzen waardoor welvarende mensen zich in de wijk vestigen, terwijl vooral niet-westerse allochtonen de wijk lijken te verlaten. We concluderen uit dit korte onderzoekje dan ook vooral dat het belangrijk is dat de Pijp weer meer toegankelijk wordt voor lagere inkomens, ter bevordering van de diversiteit in de wijk. Het is ook belangrijk dat er gekeken wordt naar mogelijkheden om de sociale cohesie te vergroten, daarvoor lijkt echter meer nodig dan de oude, vertrouwde buurtbarbecue. Helaas won ons groepje met ons eindverslagje niet de prijs, bestaande uit twee dozen baklava, deze ging naar het groepje dat de Albert Cuypmarkt en sociale relaties onderzocht. Onze eerste, bescheiden stapjes op het gebied van kwalitatief sociologisch onderzoek waren, wat mij betreft, erg leuk om te doen. Ik heb het gevoel dat we in een korte tijd toch wat meer over de Pijp en haar bewoners te weten zijn gekomen.

Hierna zijn we samen met docenten en mentoren uit eten geweest in de Bazar aan de Albert Cuypstraat. Van een verminderde samenhang was bij dit gezellige etentje, in dit wereld-eethuis geen sprake, in tegendeel. Het was een mooi moment om ook studiegenoten die je wat minder ziet, vanwege de tweedeling bij de bachelorwerkgroep bijeenkomsten, wat beter te leren kennen. En zo sloten we de avond af, in dit multiculturele restaurant ten midden van een (als de verhalen kloppen) steeds witter wordende wijk, waarna een aantal studiegenoten en ik nog even de cohesie besloten te vergroten in een lokale kroeg.

Door: Jim Kleijwegt

eerstejaars2

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opleiding Sociologie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s