VU Sociologie studenten doen onderzoek naar houdingen ten opzichte van migratie onder migranten!

Sociologen doen regelmatig onderzoek naar welke factoren van invloed zijn op de houding ten opzichte van immigratie en immigranten. Opleiding blijkt keer op keer een belangrijke voorspeller; hoger opgeleiden zijn over het algemeen positiever over immigratie en immigranten dan lager opgeleiden. Er zijn verschillende mogelijke redenen voor dit verband. Hoger opgeleiden ondervinden op de arbeidsmarkt over het algemeen minder concurrentie van migranten dan lager opgeleiden, ook kan hun opleiding tot een liberalere houding hebben geleid.

Een factor waar in onderzoek over de houding ten opzichte van immigratie en immigranten nog weinig naar is gekeken is migratie-achtergrond. De anti-immigratie beweging in Amerika laat zien dat de (afstammelingen) van immigranten niet per se voorstanders van immigratie zijn. De Canadese socioloog Peter Li sprak in dit kader over het conflict tussen “old-timers” en “newcomers”. Dit jaar namen meerdere VU sociologie studenten het onderwerp onder de loep.

Eerstejaars studenten Emrullah Arı, Samanatha Hakhof, Noor Lhafi en Mike Rijlaarsdam onderzochten voor hun bachelorwerkgroep II project welke factoren van invloed zijn op de houding van de Nederlandse bevolking ten aanzien van vluchtelingen. Noor Lhafi keek naar de rol van etniciteit. “Het was ontzettend interessant om dit aspect te onderzoeken, omdat er in de media vooral gesproken wordt over hoe autochtone Nederlanders kijken naar de huidige vluchtelingencrisis. Dit, terwijl er een hoop migranten in Nederland wonen die hetzelfde proces hebben doorstaan als hetgeen de vluchtelingen zullen doormaken de komende tijd; het integratieproces. Zorgde dit voor meer tolerantie bij de allochtonen? Kwam er een bepaald gevoel van concurrentie in hen naar boven? Ik ging op zoek naar antwoorden.” Noor was met name geïnteresseerd in de houding van Marokkanen en Hindostanen. Ze koos deze laatste groep omdat oud-VU sociologie student Shashi Roopram eerder heeft aangetoond dat er onder Hindostanen steun is voor de PVV.

De studenten verspreiden hun enquête op verschillende fora en Facebook-groepen en verzamelden zo de antwoorden van 332 respondenten.  De respondenten kregen 10 stellingen over vluchtelingen voorgelegd, zoals “Vluchtelingen zijn slecht voor de economie”,  “Vluchtelingen helpen de Nederlandse maatschappij vooruit, door het inbrengen van nieuwe ideeën en culturen.” en “De Nederlandse cultuur wordt ondermijnd door vluchtelingen”.

Analyses van de data lieten zien dat mensen van Marokkaanse komaf significant positiever tegenover vluchtelingen staan, dan autochtonen en mensen van Hindostaanse komaf. Noor: “Een verklaring hiervoor zou de mate van (h)erkenning kunnen zijn die binnen de Marokkaanse gemeenschap speelt ten aanzien van vluchtelingen. Wat ik verrassend vind is dat Hindostanen significant negatiever zijn ten aanzien van vluchtelingen dan Marokkanen. Gezien het feit dat een groot deel van beide bevolkingsgroepen moslim is – en een groot deel van de vluchtelingen ook – zou men haast zeggen dat gezien de overeenkomsten op basis van religie zorgen voor een positievere houding. Het onderzoek heeft dit dus ontkracht.” Hierbij moet wel opgemerkt worden dat er relatief weinig Hindostanen aan het onderzoek meededen.

Jenny Cheng, Oscar Jägers en Matteo Pajonk gebruikten voor hun bachelorscripties over de rol van migratieachtergrond bij houding ten opzichte van immigratie en immigranten data uit de European Social Survey, een grootschalige Europees survey programma.

Matteo Pajonk vergeleek voor Nederland de houding tegenover immigratie van autochtonen met mensen van Marokkaanse en Turkse komaf en van Surinaamse en Antilliaanse komaf (eerste en tweede generatie). Hij vond dat  mensen uit deze vier migranten groepen significant positiever ten opzichte van immigratie en immigranten staan dan autochtone Nederlanders – ook na controle voor opleidingsniveau, geslacht en leeftijd.  Jenny Cheng keek naar de houding tegenover immigratie en immigranten in Frankrijk, Nederland, Duitsland en België. Ook zij vond dat mensen met een migratieachtergrond (eerste en tweede generatie) positiever tegenover immigratie en immigranten staan dan autochtonen. Jenny heeft de resultaten uitgesplitst naar religie; hieruit bleek dat Moslims met een migratieachtergrond de meest positieve houding hebben. Oscar Jägers keek  voor Frankrijk, Duitsland en Nederland of er een verschil is in de houding ten opzichte van immigratie in het algemeen en immigratie van moslims. In tegenstelling tot de andere studenten, gebruikte hij geen schaal gemaakt uit een serie vragen, maar gebruikte hij de stelling  “In welke mate vindt u dat Nederland mensen van  …….. zou moeten toelaten om hier te komen wonen en leven? (1=niemand toelaten, 4=vele toelaten)”. In tegenstelling tot de andere studenten, vond Oscar geen significante verschillen in houding tussen allochtonen en autochtonen. Wel vond hij, net als Jenny,  verschillen tussen religieuze groepen. Het verschil met de resultaten van de andere studies komt mogelijk door de andere operationalisatie van ‘houding ten opzichte van immigratie’.

grafiek

De resultaten van de diverse onderzoeken bieden een interessante aanknopingspunten voor verder vervolgonderzoek.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De multiculturele samenleving, Opleiding Sociologie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s